Nieuwe Brusselse regering: 10 mobiliteitmaatregelen die uw wagenpark beïnvloeden

De regionale beleidverklaring van de nieuwe Brusselse regering is vorige week gepresenteerd. Vierentwintig pagina’s die het Brusselse beleid voor de komende vijf jaar bepalen.

Ik heb het hele document doorgenomen. Het goed nieuws: deze verklaring is pragmatischer dan de vorige. De richting verandert niet. Brussel wil minder auto’s, lichter en beter gedeeld. Voor vlootbeheerders, human resources en financiële directeuren heeft elke maatregel concrete gevolgen.

Hier zijn de 10 maatregelen die tellen, elk met wat dit in de praktijk betekent.

1. LEZ: een jaarpas van 350 € vervangt herhaalde boetes

Dit is waarschijnlijk de meest tastbare maatregel voor wagenparken. Het huidige systeem van de Brusselse LEZ is gebaseerd op boetes van 350 € per kwartaal, dus maximaal 1 400 € per jaar voor een niet-conform voertuig. De nieuwe regering verandert deze logica.

Het nieuwe systeem voorziet in een jaarpas van 350 € (geïndexeerd) voor voertuigen die niet aan de LEZ-normen voldoen. Een sociale categorie is voorzien tegen 200 €, en de boete voor degenen die zonder pas rijden wordt geplafonné op 80 € per maand. Uitzonderingen zullen voorzien worden voor professionele situaties en kwetsbare personen.

Ter herinnering: sinds 1 januari 2026 zijn diesel Euro 5 en benzine Euro 2 voertuigen verboden in de Brusselse LEZ. Een tolereringsperiode met waarschuwingen is van toepassing tot 1 maart 2026 voordat de eerste boetes volgen.

Impact wagenpark : voor ondernemingen die nog enkele voertuigen in overgang hebben (bijvoorbeeld diesel Euro 5 bedrijfswagens), is de pas van 350 €/jaar aanzienlijk beter te voorspellen dan het systeem van kwartaalboetes. Het is beheerbare kosten gedurende het voltooien van de vernieuwing van het wagenpark. Maar laten we niet uit het oog verliezen waarom de LEZ eerst en vooral bedoeld is: de luchtkwaliteit in Brussel.

2. LISA-zone: naar lichter voertuigen in de stad

De regering kondigt de invoering aan van een LISA-zone (Light and Safe), die geleidelijk de toegang van de zwaarste particuliere voertuigen beperkt. Het schema en de gewichtsdrempels zijn nog niet gedefinieerd, maar het principe is vastgesteld in de verklaring.

Deze maatregel heeft zin. Een lichter voertuig verbruikt minder energie (elektrisch of thermisch), neemt minder ruimte op de weg in, slijt infrastructuur minder en is statistisch gezien veiliger voor voetgangers en fietsers. Dit is het basisprincipe van de fysica: kinetische energie neemt evenredig toe met de massa.

Impact wagenpark : dit is nog een reden om uw wagenpark redelijk in te delen. De markttrend duwt voortdurend naar grotere en zwaardere SUV’s. LISA gaat in de tegenovergestelde richting: compacte en lichte voertuigen bevorderen. Voor car policies die nu herzien worden, is dit het moment om een criterium voor maximaal gewicht in te bouwen. Een voertuig van 1 800 kg doet hetzelfde werk als een van 2 500 kg voor de meeste zakelijke verplaatsingen, met een lager TCO.

3. Good Move: evaluatie en dan nieuw Regionaal Mobiliteitsplan

Het Good Move-plan — dat veel inkt heeft doen vloeien — zal door de nieuwe regering geëvalueerd worden en vervolgens vervangen door een nieuw Regionaal Mobiliteitsplan (RMP). De fundamentele principes blijven: modale verschuiving, verkeersrustig, verdeling van de openbare ruimte. Maar het operationele kader zal herzien worden.

De verklaring specificeert dat de circulatieplannen zullen worden voortgezet met kleinere perimèters, gericht rond scholen, onder respect van het STOP-principe (voetgangers eerst, dan fietsers, openbaar vervoer en ten slotte auto’s, STOP zijnde de afkorting van Stappen, Trappen, Openbare vervoer en Privé voertuig).

Impact wagenpark : lokale circulatieplannen zullen routes in bepaalde wijken blijven wijzigen. Voor wagenparken met leveringen of regelmatige verplaatsingen in Brussel is het nuttig de ontwikkeling van het RMP op te volgen en een goed inzicht in lokale beperkingen te behouden. De burgerraadpleging zal worden versterkt, wat betekent dat ondernemingen de gelegenheid krijgen hun stem te laten horen bij de ontwerp van deze plannen.

4. Voertuigsticker geharmoniseerd met Vlaanderen en Wallonië

De Brusselse regering verbindt zich ertoe de voertuigsticker met de twee andere regio’s te harmoniseren. Concreet betekent dit één systeem in plaats van mogelijk drie verschillende systemen.

Impact wagenpark : voor vlootbeheerders die voertuigen in alle drie regio’s beheren — wat het geval is voor de meerderheid van Belgische wagenparken — is dit een welkome administratieve vereenvoudiging. Eén regelgevingskader, één procedure. Dit is het soort maatregel dat geen ruzie veroorzaakt maar het dagelijks beheer echt vergemakkelijkt. De details (bedrag, modaliteiten, schema) moeten nog uitgewerkt worden, maar de politieke wil tot harmonisatie is vastgesteld.

5. Uitgebreide S-trein: minimaal 4 treinen per uur

De Brusselse regering vraagt van de NMBS een minimum van 4 treinen per uur per station van het S-netwerk. Dit is een regionaal verzoek, geen garantie, omdat spoor een federale bevoegdheid is. Maar het politieke signaal is duidelijk.

Het S-netwerk (Suburban) bedient Brussel en zijn omgeving via stations zoals Schuman, Luxemburg, Brussel-Centraal, maar ook Etterbeek, Watermael, Uccle-Calevoet en vele anderen. Met 4 treinen per uur bereikt de frequentie één trein per 15 minuten, wat de trein echt competitief maakt met de auto voor woon-werkverkeer.

Impact mobiliteit : voor ondernemingen in de buurt van een S-netwerkstation is dit een concrete hefboom om het treingebruik bij medewerkers aan te moedigen. Gecombineerd met een NMBS-abonnement (verplichte vergoeding door werkgever) en een last-mile-oplossing (gedeelde fiets, step, bus), kan de S-trein een echt alternatief voor de bedrijfsauto worden. Dit is precies het type combinatie dat het mobiliteitsbudget via pijler 2 kan financieren.

6. Métro 3 opgeschort: budgettair realisme

Het Métro 3-project, dat het noorden en zuiden van Brussel via een nieuwe lijn zou verbinden, is opgeschort voor herziening. De tunnels van het Constitution-gedeelte (as Albert-Noord) gaan verder, maar de rest van de route is bevroren om de kosten, termijnen en mogelijke alternatieven te analyseren.

Dit besluit is begrijpelijk gezien de explosie van projectkosten. Alternatieven zoals lange elektrische buslijnprojecten (BRT) in eigen bedding zouden beter kosteneffectief kunnen zijn voor snellere implementatie.

Impact mobiliteit : op korte termijn geen directe impact. Maar op middellange termijn betekent dit dat het openbaar vervoersaanbod op de noord-zuidtas niet zo snel zal veranderen als gehoopt. Ondernemingen langs deze corridor moeten blijven rekenen op bestaande bussen en trams, aangevuld met multimodale oplossingen.

7. 40 miljoen euro per jaar voor herinrichting van wegen

De regering voorziet een jaarlijks budget van 40 miljoen euro voor herinrichting van wegen ter bevordering van modale verschuiving. Concreet betekent dit: meer beveiligde fietspaden, verbeterde busbanen en vervanging van voorlopige betonblokken door modulair en beplant straatmeubilair.

Het principe is simpel en wiskundig: een bus of tram vervoert veel meer passagiers per vierkante meter weg dan een individuele auto. Hetzelfde geldt voor fietsers, men parkeert meer fietsen per vierkante meter dan auto’s. De ruimte toewijzen aan de meest effectieve vervoermiddelen is consistent met mobiliteitsdoelstellingen.

Impact mobiliteit : in de komende maanden en jaren zal het autoverkeer in Brussel blijven afnemen in termen van beschikbare ruimte. Ondernemingen die deze evolutie voorzien door een multimodaal aanbod voor hun medewerkers te ontwikkelen krijgen een voordeel. Degenen die blijven vasthouden aan een “één persoon = één auto”-model zullen stijgende reistijden en verminderde bereikbaarheid ondervinden. Het is als met elektrificatie: de alternatieven (of hun combinatie) zijn in veel gevallen geheel realistisch gezien het feit dat volgens de laatste federale enquête 50% van werknemers die minder dan 5 km naar het werk reizen dit met de auto doen. En voor ritten van 5 tot 15 km vertegenwoordigt de auto 67% van verplaatsingen. Het probleem is niet de afstand. Het is de gewoonte.

8. Parkeren: hors-voirie bevorderen

De verklaring voorziet bevordering van parkeren hors-voirie (ondergrondse parkeergarages, park-and-ride), ontwikkeling van dynamische tariefstelling en harmonisatie van tarieven tussen gemeenten. Beroeps derogatie-kaarten blijven behouden en worden uitgebreid.

Impact wagenpark : voor wagenparken die afhankelijk zijn van voerwegs parkeren in Brussel, zal de verschuiving naar dynamische tariefstelling het parkeerkosten variabeler en potentieel hoger maken tijdens piekuren en in centrale zones. Park-and-rides gecombineerd met last-mile-oplossingen worden een serieus overwogen alternatief. Voor bedrijfswagens is de uitbreiding van professionele kaarten goed nieuws.

9. Tweede autovrije dag vanaf 2027

Naast de traditionele autovrije zondag in september zal vanaf 2027 een tweede dag ingesteld worden, tijdens de Iris-week (eind april/begin mei). Dit is een symbolisch signaal maar ook praktisch.

Impact wagenpark : twee dagen per jaar waarop gemotoriseerde voertuigen niet in de Regio mogen rijden. Voor wagenparken is dit beperkte impact maar vereist wel planning, vooral als het geen zondag betreft: leveringen voorzien, zakelijke verplaatsingen omplannen, thuiswerk organiseren. Uitzonderingen bestaan voor essentiële diensten, maar het is beter deze data in uw logistieke kalender in te bouwen.

10. Coördinatie van werkzaamheden en Tram Tour & Taxis

De regering verbindt zich ertoe mobiliteitswerkzaamheden beter te coördineren om verstoringen te beperken. De Tram Tour & Taxis is bevestigd, wat de bereikbaarheid van deze groeiende wijk zal verbeteren.

Impact wagenpark : betere coördinatie van werkzaamheden wordt al lange tijd verwacht door alle weggebruikers. Voor wagenparken zou dit moeten resulteren in betere voorspelbaarheid van routes en minder onverwachte omwegen.

Wat dit alles voor uw mobiliteitsbeleid betekent

Met enige afstand geven de 10 maatregelen een samenhangend beeld. Brussel vervolgt zijn transformatie naar een stad met minder afhankelijkheid van de individuele auto. De nieuwe regering is pragmatischer in de modaliteiten (LEZ-pas in plaats van boetes, evaluatie van Good Move, opschorting van het te dure Métro 3) maar de strategische richting blijft dezelfde.

Voor vlootbeheerders en mobiliteitverantwoordelijken komen drie actieassen naar voren:

Rationaliseer het wagenpark. LISA-zone, stijgende parkeerkosten, verminderde verkeersruimte: alles wijst naar kleinere, lichtere voertuigen en efficiënter gebruik. De vraag is niet langer “welk voertuig voor welke medewerker” maar “welke mobiliteitsmix voor welke behoefte”.

Ontwikkel multimodaliteit. Uitgebreide S-trein, heringericht wegdek, federaal mobiliteitsbudget: alternatieven voor de auto worden steeds meer geloofwaardig en aantrekkelijk. Het mobiliteitsbudget (sinds 2024 verplicht aangeboden door werkgevers die bedrijfsauto’s aanbieden) is het perfecte instrument om deze combinaties te financieren: abonnement openbaar vervoer, bedrijfsfiets, gedeelde step, gedeelde auto, allemaal via pijler 2.

Anticipeer in plaats van ondergaan. Ondernemingen die deze ontwikkelingen nu al in hun car & mobility policy en bedrijfsvervoerplan integreren krijgen een concurrentievoordeel in termen van werkgeversaantrekkingskracht, kostenbeheersing en regelgevingsnaleving.

De regionale beleidverklaring is slechts een raamwerk van intenties. De uitvoeringsbeslisten zullen in de komende maanden volgen. Maar de signalen zijn duidelijk genoeg om nu in actie te komen.

Wilt u de impact van deze maatregelen op uw wagenpark of mobiliteitsbeleid evalueren? Neem contact met ons op om dit te bespreken.

Bronnen

  • Regionale Beleidverklaring van de Brusselse Regering, februari 2026
  • LEZ.brussels — Kalender en modaliteiten van de lage-emissiezone
  • FOD Mobiliteit — Federale diagnoses van woon-werkverkeer
  • FEBIAC — Inschrijvingsstatistieken van de Belgische markt 2025